We zijn nu op Bequia, de eerste Grenadine onder Sint Vincent. Liggen hier in een grote baai, met minstens vijftig andere jachten. We zijn nog erg aan het rondlummelen op de boot en aan het uitslapen. Even inklaren, biertje en een boodschapje, en weer naar de boot. Verder borrelen we met onze Nederlandse buren. Morgen gaan we op verkenning op het eiland; het ziet er prachtig uit. Heel groen, een strand met kokospalmen aan de andere kant van de baai.

 

PB120006-7.JPG

 

Nu we van de Kaapverden weg zijn, zal ik het hele verhaal maar vertellen. We zijn inderdaad beroofd en wel in een eenzaam duingebied ver weg van de bewoonde wereld waar we alleen aan de wandel waren. Met 200 euro in 1 portemonnee, stom stom. We kwamen net van de bank en zouden helemaal niet wandelen, maar het zag er zo mooi uit… Een of andere gek wilde ons geld, gooide met stenen en bedreigde Udo met een kapotte fles. Dat was het moment om het geld maar af te geven; gelukkig liet hij ons de rugzak en zo houden. Aangifte doen op de Kaapverden is een avontuur op zich. Met wat tekeningetjes en een paar woorden Portugees uitgelegd wat er gebeurd was, en dat werd in een keurig schools handschrift opgeschreven. Of we de volgende dag, zaterdag, even wilden terugkomen om de aangifte te ondertekenen, want de vier regels moesten nog uitgetypt worden. Wij zaterdagmiddag terug, was de vraag of we maandag even terug wilden komen, want in het weekend werd niet getypt… Nou, nee dus, we hadden het wel gezien op Boavista.

Weer enigszins bijgekomen en opgelucht dat we weg waren, kwamen we een etmaal later aan in Mindelo. We hadden net vijf tellen ons anker er in, komt er een vent aanzwemmen in een oude spijkerbroek. Of hij even aan boord mocht komen om uit te rusten, want hij was koud en moe. Nee dus. Er wordt overal uitdrukkelijk gewaarschuwd dat je geen locals aan boord moet uitnodigen, en hier hadden we al helemaal geen zin in

 

Hoi allemaal,

 

We zijn  aan de overkant. 17 Dagen na vertrek uit Mindelo, dus dat ging allemaal gesmeerd. Een constante windkracht 4-6 in de kont en alleen op Sinterklaas kregen we een aantal dikke squalls kado. Dat was ook net op het moment dat een deel van de racedivisie van de ARC ons inhaalde. Zij zeilden stuk voor stuk hun spinakers kapot, terwijl wij lekker (nou ja, lekker?) druipend in onze regenpakken binnen op de vloer aan de warme chocolademelk zaten en de boot op een klein fokje gewoon heel rustig doorzeilde. Het zoveelste bewijs dat onthaasten heel zinnig kan zijn. En evenzogoed ga je dan nog 7 knopen ook. Bovendien spoelde in de enorme plensbuien het Sahara stof eindelijk van boord. Konden we weer onze kleuren zien.

 PB280028-7.JPG

De boot weet wel van slingeren trouwens, de eerste week gingen we bijna constant van gangboord tot gangboord in het water, tot en met wel te verstaan. Later werd het ietsje minder, en de laatste drie dagen was het weer mis. Soms word je daar wel goed gek van, het is net of je in een kermisattractie zit en er niet uit mag. Ik had ook overal spierpijn van het schrap zetten, ik heb spieren op plaatsen waar ik geen weet van had. Udo was de eerste week wat katterig, maar had verder nergens last van. Al met al een prima oversteek.

Onderweg hadden we een tijd gezelschap van een groep walvissen (fin whales, denken we); heel indrukwekkend maar ook een beetje spannend, vooral tegen de schemering. We hebben even de motor aangezet als verzoek aan de walvissen om ergens anders te gaan spelen. Dat deden ze gelukkig. Verder hebben we vijf dorades en een wahoo gevangen, een dorade en de wahoo waren allebei groot genoeg voor drie dagen eten. Op La Gomera hadden we van een oude rot in het vak geleerd hoe je vis buiten de koelkast kan bewaren en dat ging goed. Smikkelen en smullen. Maar ook wel een beetje genoeg van vis, de laatste paar dagen hebben we niet meer gevist.

 

 

 

Pakt ‘ie onze zwemtrap en begint toch aan boord te klimmen. Ik gillen, gillen! De man zwemt een paar meter weg en begint vanuit het water te roepen ‘I am no thief, I am security’. Op mijn gegil was inmiddels een Engelsman afgekomen, die het verhaal van Louis bevestigde: hij past inderdaad wel eens op boten en verdient daar een paar centen mee. Zucht. Inmiddels zat Louis zelf in de bijboot van een ander jacht. We hebben hem een lift naar de kant gegeven. Verder geen last meer van ‘m gehad; hij had de dagen daarvoor goed verdiend en lag de vier dagen daarna knetterstoned op de pier. Op de laatste dag hebben we hem onze laatste muntjes gegeven, een broodje en een banaan, en kregen we drie dikke kussen in ruil.

Ik heb me verder toch niet meer helemaal senang gevoeld op de Kaapverden, hoewel Mindelo een leuk en volkomen veilig stadje was, en de baai erg gezellig met als hoogtepunt het lobster dinner met Mark en Eileen die we al sinds Arrecife hoopten weer eens ergens te treffen. De lobsters kochten we van een visser die in een klein houten bootje langs voer, heerlijk! Die avond ging ook alle wijn op, zodat we tijdens de oversteek alleen bier hadden en niet eens genoeg voor de hele oversteek. De laatste twee weken hadden we om vijf uur thee in plaats van een borrel. Op een of andere manier brengen twee glazen wijn de golven twee meter naar beneden, doet een biertje de helft, en een kop thee helemaal niets…

Aangezien we nu wijzer zijn, gaan we morgen eerst naar de toeristeninformatie en niet zomaar aan de wandel buiten de gebaande paadjes.

 

Moeten we nog even vermelden dat het  best lekker weer is? Een graad of 30 en zonnig, hoewel iedere dag ook wel een plensbui. Een warme plensbui, die er voor zorgt dat het hier zo prachtig groen is en aan bijna iedere boom wel iets eetbaars groeit. Morgen ook eens uitzoeken wat wat is, en hoe je het klaarmaakt. Na al dat blikvoer smachten we naar vers fruit! En cocktails!

 

Groetjes, Udo en Hennie.

 

Aflevering 7